Twee werkbriefjes op dezelfde maandag
Op het eerste briefje staat dat een klant met een beschadigde lijst binnenkomt en een passend onderdeel mee naar huis kan nemen. De adviseur kijkt, zoekt, test en rondt het gesprek af. Op het tweede staat dat een organisatie een complete wandpresentatie wil laten maken. De ondernemer voert een eerste gesprek en legt vast wat later nog moet worden opgemeten. Het werk aan beide briefjes kan zorgvuldig zijn. Het gevoel aan het einde van de dag kan flink verschillen.
Stel je voor dat je na de tweede opdracht thuis vertelt wat je hebt gedaan. Zou je zeggen dat er nog niets af is? Of ervaar je het vastleggen van de maten, het afbakenen van de opdracht en het plannen van een proef al als tastbare voortgang? Een lang project kan goed passen wanneer zulke tussenstappen jou voldoening geven en je het prettig vindt om later opnieuw bij dezelfde klant terug te komen.
Voeg twee andere lopende projecten toe
De volgende ochtend heb je een terugbelverzoek over een offerte, een vraag van iemand die een proef beoordeelt en een klant die wil weten wanneer de uitvoering begint. Ieder project bevindt zich in een ander stadium. Om de dag prettig te laten verlopen moet je kunnen zien welke eerstvolgende handeling bij welke opdracht hoort en welke beslissing van een ander afhangt.
Probeer met drie verzonnen projecten een kort overzicht te maken. Zet niet alleen wat jij gaat doen op papier, maar markeer ook de taak die bij de klant ligt. Merk je dat zo'n overzicht ruimte geeft in je hoofd of voelt ieder open project als onaf werk dat voortdurend aandacht blijft trekken? De uitkomst kan aanwijzen welke ondersteuning of welke maximale hoeveelheid gelijktijdige opdrachten jij nodig hebt.
Vraag wat de vestiging werkelijk bewaakt
Een formule met langlopende projecten kan een centrale planner hebben die mijlpalen bijhoudt. Ze kan ook verwachten dat de lokale ondernemer iedere bestelling zelf opvolgt. Een snelle servicedienst kan juist veel nazorg kennen die je bij de eerste kennismaking niet ziet. Vraag daarom naar de tijd tussen het eerste contact en het laatste werk dat de ondernemer voor dezelfde klant uitvoert.
Je hoeft nog niet te kiezen tussen uitsluitend korte of lange opdrachten. Misschien zoek je een werkweek waarin enkele snelle oplossingen ruimte geven voor een groter project dat je over langere tijd volgt. Benoem die verhouding en vraag of je bij een vestiging zowel een afronding als een tussentijds overleg mag meemaken. Dan toets je het werkritme aan iets wat je daadwerkelijk kunt waarnemen.
Vragen voor het vervolg
- Welk bewijs van vooruitgang heb ik nodig om gemotiveerd te blijven?
- Welke onafgemaakte taak neem ik gemakkelijk mee naar een volgende dag?
- Hoe wil ik met een klant communiceren terwijl het zichtbare resultaat nog uitblijft?
Bronnen
Wat herken je in jouw werkprofiel?
Onderzoek het tijdstip waarop jij vooruitgang ervaart en de hoeveelheid onaf werk die je prettig kunt blijven overzien.
